Advertentie: Craeymeersch
De Leiestreek
De Leiestreek

Burgers en Bohemiens

Dat de Latemse kunstenaars armoezaaiers waren die hun werk vaak moesten inruilen voor wat eten, is in een aantal gevallen een mooi verzonnen fabel. Het zal wel zo zijn dat beginnende artiesten het vaak moeilijk hebben, zoals in alle zelfstandige beroepen. En het is waar dat iemand als Pol van Assche - toch niet echt een eersterangsschilder - nooit uit de armoede is geraakt maar daartegenover staan totaal andere voorbeelden.

Het domein dat Edgar Gevaert, de rijke schoonzoon van Georges Minne, aan de Kapitteldreef in Sint-Martens-Latem kon kopen (1922), was vele hectaren groot en de eigenzinnige villa die hij er optrok, oogt beslist niet arm. Schoonvader Minne bezat een groot herenhuis met tuin langsheen de Xavier de Cocklaan. Wat verderop, in Astene, aan diezelfde Kortrijkse Steenweg, die daar Emile Clauslaan heet, ligt langs de Leie-boorden de heerlijke "Villa Zonneschijn" met zijn prachtige tuin, zijn uitzicht over de Leie, de weiden en het kasteel Ooidonk. Claus hoefde zich niet eens te verplaatsen om "zijn" Leie te bewonderen en te schilderen. Hij heeft dit "huis van plaisance" in 1889 gekocht en is er gebleven tot aan zijn dood en in feite nog langer: wie goed toekijkt, merkt vooraan in de tuin een grafmonument, een witmarmeren vrouwenfiguur, door Georges Minne gebeeldhouwd.

Gust de Smet had minder geluk. Getroffen door de economische crisis van de jaren dertig heeft hij in 1935 zijn prachtige villa aan de Pontstraat (nr. 40) moeten verkopen. Auteur Jan Fabricius betaalde er 150.000 frank voor. Gust zelf liet een goedkopere woning bouwen die nu als museum is ingericht. Wie ooit in Jabbeke het Permeke-museum bezocht, beseft al gauw dat deze goede vriend van Gust de Smet al evenmin in armoede zat weg te kwijnen.

Op nummer 10 aan de Baarle-Frankrijkstraat in Sint-Martens-Latem bouwde Albert Servaes tussen 1915 en 1917 grotendeels eigenhandig zijn "Torenhof" met sterke verwijzing naar de stijl van de Romaanse kloosters.

Wat verderop (nr. 44) woonde en werkte Evarist de Buck. Zo kan de lijst verder gaan, met Albert Claeys in de Pontstraat en Albert Saverys in de Emile Clauslaan.

Erwehon
Alleen de toch welvarende Léon de Smet ontbreekt opvallend in het rijtje: die was tevreden met een houten verblijfje, "Erwehon", achter de intussen eveneens verdwenen "Rallye Saint-Christophe". Hij had dit buitenverblijfje in 1993 gekocht van Paul Haesaerts, de man die de Latemse kunstenaarskolonie bekendheid verschafte.

Dat ook literatuur lucratief kan zijn, bewijst ons Cyriel Buysse: behalve zijn schrijvershut bovenop de Molenberg in Deurle bezat de auteur een kasteeltje met een prachtig park vlak naast de enig mooie kerk van Afsnee, het dorp waar ook Maurice Maeterlinck zijn verblijfplaats had.