
Sint-Blasiuskapel
Oorsprong : XVe eeuw - heropgebouwd in 1662.
Maakte vroeger deel uit van het O.L.-Vrouw Hospitaal (later St.-Blasiushospitaal).
Enig gebouw in Deinze dat in barokstijl is opgetrokken.
Geschiedkundige schets:
Albijn Van Den Abeele en Achiel Cassiman, die allebei een Geschiedenis van de Stad Deinze geschreven hebben, verwijzen naar het feit dat volgens Gramaye er in de 12de eeuw een hospitaal was te Deinze. Reeds in 1200 zou het een grote bloei gekend hebben en het wordt vermeld in akten van aankoop en schenking dagtekenend uit de jaren 1232, 1249, 1252 en 1264. De kloostergemeenschap van het hospitaal bestond aanvankelijk uit broeders en zusters, dit blijkt uit een bisschoppelijke akte van 1264, aangehaald door de het Achiel Cassiman, waarin het gaat over "fratres et sorores". In de tweede helft van de 14de eeuw nam die toestand een einde en in 1400 is er nog alleen sprake van zusters. Zo weten wij dat in 1427 het hospitaal bediend werd door zusters, die de regel va St.-Augustinus volgden. Aanvankelijk heette deze instelling "Onze-Lieve-Vrouwhospitaal". Later zou die benaming geleidelijk verdwenen zijn.
Zo spreekt men in 1455 reeds over "St. Blasiushospitaal"; nochtans in een akte van 1522 betreffende de hiernavermelde kapelwijding komt nog de naam voor van "Onze-Lieve-Vrouw naast die van St.-Blasius en ook van St.-Augustinus. (Deze laatste waarschijnlijk met het oog op de orde waartoe de hospitaalzusters behoorden).
Volgens Van Den Abeele wordt in 1456 gewag gemaakt van een kapelwijding. Cassiman vermeldt dit jaartal niet en spreekt over een kapelwijding in 1522.
Met het oog op het belang dat het hospitaal reeds had in het begin van de 13de eeuw, lijkt onwaarschijnlijk dat een eerste kapel slechts 250 jaar later zou tot stand gekomen zijn. Over een vroeger bestaande kapel wordt nochtans geen gewag gemaakt.
Op te merken is dat de in 1522 gewijde kapel, ondanks de gebruiken van die tijd, geen assielrecht bezat. De godsdienstoorlogen tijdens de tweede helft van de 16de eeuw hebben Deinze niet gespaard. Op 23.08.1566 bezochten de beeldstormers de stad en vernielden beelden, schilderijen en andere kostbaarheden in het Sint - Margrietenklooster, de Onze Lieve-Vrouwkerk en de Sint-Martinuskerk. Over het hospitaal en zijn kapel blijft de geschiedschrijving meer in het vage. Nochtans is het een feit dat tijdens de periode van onrust de hospitaalzusters uitgeweken zijn naar Gent, waar ze een onderkomen gevonden hadden in de Papegaaistraat.
Tijdens de eerste helft van 1580 werd de stad door de Hugenoten volledig verwoest. Op 6 mei werden de weinig overgebleven gebouwen, w.o. de Onze-Lieve-Vrouwkerk, door brand vernield. De verwoesting was zo grondig doorgevoerd dat, volgens Van Den Abeele, alle inwoners gevlucht waren en de stad gedurende drie jaar bijna volledig ontvolkt was.
In 1584, nadat de orde nagenoeg hersteld was, (volledige herovering van de Zuidelijke Nederlanden door de Spanjaarden) kwam de wederopbouw. In 1625, tijdens het bewind van Albrecht en Isabella, waren in het hospitaal ook scholieren gevestigd. Uit een document in het archief van de Zusters Maricolen te Deinze blijkt dat een in de stijl van die tijd heropgebouwde kapel, op 6 augustus 1672 plechtig gewijd werd. Het is van die kapel dat nu nog bepaalde delen bestaan.
Wegens hun nuttige bestemming ontsnapten hospitaal en kapel aan de afschaffingsdekreten van Jozef II. Na hun overwinningen op de Oostenrijkers (1792 en 1794) lijfden de Fransen onze gewesten in. Door de wet van 15 fructidor IV (1 september 1796) werden de geestelijke orden en congregaties afgeschaft. Hun goederen werden aangeslagen door de staat en als nationale goederen verkocht. Dit betekende het einde van het Sint-Blasiushospitaal. De gesloten kapel werd op 13 juni 1798 lokaal van de "Cercle Constitutionnel" en eveneens "Temple de la Loi". Weldra werd ze daartoe te klein bevonden en op 11 maart 1799, ontving het stadsbestuur de toelating om "Cercle" en "Temple" naar de Onze-Lieve-Vrouwkerk over te brengen.
Op 26 frimaire IX ( 16 december 1800) werd de St.-Blasiuskapel opgeeist als stadsgevangenis en ze is zulks gebleven tot in 1843, toen de kapel door de Zusters Maricolen (te Deinze gevestigd sedert 1816) gekocht werd tegen de prijs van 5.000 fr. en een stuk grond van 10 are, waarop een nieuwe gevangenis en een gemeenteschool moesten opgericht worden.
In de loop van het jaar 1909 werd de kapel vergroot en hersteld in de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse stijl door E.H. Van Loo, architect en toenmalig pastoor te Maldegem. Opzoekingen over de toestand voor de restauratie werden grondig doorgevoerd, doch leverden geen resultaten op. Noch in het Staatsarchief noch in het Bisschoppelijk archief, noch in de bibliotheken van Universiteit en Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde te Gent werd iets gevonden. Bij de erfgenamen van wijlen de E.H. Van Loo, overleden in 1926, werd navraag gedaan. Doch van enig archiefstuk over de restauratie van de St.-Blasiuskapel is blijkbaar niets meer te vinden. Meer gegevens over de kapel in haar vroegere toestand zullen, slechts door een gelukkig toeval, kunnen verkregen worden. Eén zaak is nochtans zeker: van de oude kapel gebouwd in 1662, bestaannog goed bewaarde delen en het feit dat de E.H. Van Loo in 1909 de oorspronkelijke stijl geeerbiedigd heeft, pleit te zijnen voordele. Laten wij er nog op wijzen dat die kapel het enig bouwwerk is dat overgebleven is van een godsdienstige en weldadige instelling die gedurende acht eeuwen zeer goede diensten bewezen heeft aan onze voorouders. Terecht kreeg het gebouw, bij Besluit van de Vlaamse Executieve van 7 december 1983, de status van beschermd monument.
|