Rond 1880 bekwam Kamiel Filliers, overgrootvader van de huidige generatie, de vergunning om zijn "jeneverbranderij"op te richten te Bacht-Maria-Leerne, in opvolging van de vroegere, in 1863 door brand geteisterde landbouwstokerij van zijn oom Ferdinand Bernard Filliers.
Zo telt de familie Filliers reeds vier generaties graanstokers, steeds gevestigd te Bachte-Maria-Leerne, Deinze.
Rond de eeuwwisseling waren er in de streek van Deinze zesentwintig dergelijke kleine landbouwstokerijen in werking. Het waren boerderijen welke uitsluitend hun oogst verwerkten en met het residu vee kweekten. De jenever verkochten zij hoofdzakelijk aan de herbergen, gewoonweg in houten vaten.
Wereldoorlog 14-18 bracht een eerste uitdunning van deze ambachtelijke bedrijven : het koper werd door de bezettende macht opgeëist. Vervolgens werd in 1919 de wet "Vandervelde" gestemd, waardoor geestelijke dranken verboden werden in de herbergen. De genadeslag voor de laaste van deze stokerijen kwam in de jaren 30, na de economische crisis van 1929. Eén na één verdwenen de landbouwstokerijen. Filliers hield stand.
 |
De oorspronkelijke landbouwstokerij nam uitbreiding. Zijn graanjenever kreeg meer en meer bekendheid buiten de streek. Als één van de twee nog overblijvende landbouwstokerijen in Vlaanderen, stookt men nu in de graanstokerij Filliers nog altijd op dezelfde beproefde manier zoals overgrootvader Filliers het reeds in zijn "jeneverbranderij" in 1880 deed. |