Algemeen
Zonder zijn fusiegemeenten telt Deinze amper zevenduizend inwoners. De naam
Dunsa zou, volgens de Gentse hoogleraar Gijsseling, etymologisch verwijzen naar een meander van de Leie. Hoewel we moeten wachten tot het midden van de 11de eeuw om een eerste vermelding van deze plaats te vinden, blijkt toch duidelijk dat hier al zeer vroeg bewoning was: er zijn archeologische vondsten uit de Tjong-cultuur (10.000 tot 7000 v. Chr.) en overvloedige Romeinse en Gallo-Romeinse opgravingen. De vele kouterruggen in de buurt vormen de aanzet tot deze vroege bewoning. De vroeg-middeleeuwse bevolking zal, zoals het toen gebruikelijk was, de lager gelegen gebieden als gemeenschappelijke weidegrond benut hebben. Dat het uiteindelijk een wooncentrum wordt met stedelijk karakter, heeft te maken met de ligging, enerzijds de Leie, anderzijds de goede verbindingen met Gent, Kortrijk en Oudenaarde.
Economisch bloeit Deinze op in de 14de eeuw, wanneer het op een goedkope manier laken - zowel wol als glas - gaat verwerken. Heel wat Gentse wevers komen hier werk zoeken. Daarom ook wordt Deinze bij herhaling door Gentenaars aangevallen en geplunderd.
De graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, schenkt Deinze in de 13de eeuw stadsrechten. Er mogen stadspoorten gebouwd worden, wat als merkwaardig gevolg heeft dat "Deinze-binnen" een vrije stad wordt, terwijl "Deinze-buiten" - het stuk buiten de stadspoorten - blijft afhangen van de graaf of zijn vazal. De stad kan zich in ieder geval goed ontwikkelen en er komt een tweede kerk op de andere Leie-oever, de huidige parochiekerk van Petegem. Omdat beide stadjes zo dicht in elkaar verstrengeld geraken, beslist de Bourgondische hertog Karel de Stoute in de 15de eeuw tot fusie. De heerlijkheid Deinze-buiten wordt in 1602 onder Albrecht en Isabella verpacht aan Maarten della Faille, heer van Ooidonk. In 1625 wordt het domein een markizaat dat in handen komt van de familie De Merode. Die laat een residentie bouwen op een motte aan de rechter Leie-oever. Een stuk hiervan is nog te zien in de Tolpoortstraat (nr. 30-32), dicht bij de Leiebrug. Naast de vanouds gekende linnennijverheid komen er vanaf de 18de eeuw brouwerijen en jeneverstokerijen bij, Filliers is er een gereputeerd restant van. De goede verbindingen via de weg, later ook via het spoor en het Schipdonkkanaal, brengen in de tweede helft van de vorige eeuw nog meer welvaart en nieuwe bedrijfstakken: bretellennijverheid en kinderwagenfabrieken. Ten slotte krijgt Deinze in de 20ste eeuw zijn veevoederbedrijven, die in de agrarische omgeving met veel veeteelt gouden zaken kunnen doen.
De stad wil ook haar culturele rol vervullen. Al vanaf 1928 bestaat de Kunst-en Oudheidkundige Kring Deinze die zich sinds 1942 ook toelegt op streekgebonden schilderkunst. Het resultaat is een rijk gestoffeerd en modern ogend Museum van Deinze en de Leiestreek. De belangrijkste Latemse en de beste Leieschilders zijn hier goed vertegenwoordigd.
Historische Schets
Deinze is een klein stadje met een grote stedelijke geschiedenis omdat het aan het kruispunt lag van twee wegen, Oudenaarde-Brugge en
Kortrijk-Gent, die samen te Deinze over de Leie gingen. Dat was de verbinding van vier kasselrijhoofdsteden. Van aan de Knok tot halfweg de Markt liepen de twee wegen samen. De oudste vermelding van de stad vinden wij omstreeks 840 als "DONSA" een verheven plaats temidden van meersen.

In 880 werd Deinze door de Noormannen vernield. Het is waarschijnlijk bij de heropbouw dat de houten kerk vervangen werd door een Romaanse bouw. De oudst gekende Deinzenaar is Titzekin en zijn vrouw Adalawive; hij was in dienst van de Graaf, heer van Deinze. Hun zoon was Poppo, die, als eerste der Nederlanden, omstreeks het jaar 1000 de tocht naar het Heilig Land ondernam. Hij bracht relikwieen mee.

In de 13e eeuw kreeg Deinze stadsrechten. Toen werden stadsmuren opgetrokken en werden de stadspoorten gebouwd. Deinze had 55 ha binnen de muren. Uit die tijd (of vroeger) dateert ook de woensdagse markt. Deinze speelde in de 12e en 13e eeuw mede een rol in de strijd om de stedelijke rechten. In het feodale tijdperk was Deinze een Heerlijkheid in handen van verscheidene vooraanstaande geslachten; Poppo's vader is de oudstbekende. Dan was er Iwein en Daneel van Aalst (12e eeuw). Ze hielden de Heerlijkheid in leen van de Graven van Vlaanderen. Zo werd haar man, Pieter van Courtenay, heer van Deinze (via de dochter van de Graaf van Vlaanderen die Deinze als huwelijksgeschenk gaf) de Gravin van Bar en de Graaf van Luxemburg.
Omstreeks 1300 werd Deinze door Walram van Luxemburg verkocht aan Robert van Bethune en kwam het terug in het bezit van de Graven van Vlaanderen. Het duurde niet lang want het werd bezit van Robrecht van Kassel, die het opnieuw aan de Graven van Bar overliet. Deinzenaren namen onder bevel van hun baljuw Arend Drubbel deel aan de Guldensporenslag en ontvingen op13 juli 1302 Willem Van Gullik als overwinnaar van die beroemde strijd. Heren van Deinze waren toen de Graven van Luxemburg.
Toen een van hen keizer van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie werd kreeg Deinze zijn stadswapen: de dubbele adelaar met 3 rozen (zwart op wit met rode rozen).
In 1431 bezat Philips de Goede de Heerlijkheid en in de volgende twee eeuwen werd het eigendom van het geslacht
della Faille, Filip IV van Spanje, Diego Messia, en het geslacht van Merode, dat eigenaar bleef van het Markizaat Deinze, deVrijheid van Petegem, Astene en Drongen.
Op bestuurlijk en juridisch vlak was Deinze in twee delen verdeeld : Deinze binnen en Deinze buiten. Deinze binnen was onderverdeeld in Stad en Vrijheid en had een Schepenbank met 7 schepenen. Een Baljuw vertegenwoordigde de Koning.
Op het einde van de 13e eeuw liet Gewijde van Dampiere de stad versterken.
In de opstand van Kustvlaanderen was Deinze Brugge's bondgenoot. Deinze was klein maar welvarend. Het geraakte steeds betrokken in ruzies tussen de steden en de graaf. En dat veroorzaakte veel oorlogsellende. Zo werd Deinze ettelijke malen zwaar vernield; vooral de vernieling in 1382 - door de Gentenaars was totaal. Ook alle pivilegiebrieven en stadsdocumenten waren verbrand.
Bij de heropbouw kwam de gotische kerk de Romaanse vervangen. De stadshal werd heropgebouwd. Tijdens de Gentse opstand in 1380 tegen Lodewijk van Maele koos de stad opnieuw partij voor Brugge. Deinze werd afwisselend belegerd door Gentse en Brugse troepen wat een tweede verwoesting tot gevolg had.

In 1452 werd de stad een derde maal verwoest door de Gentenaren. Ook tijdens de opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk werd er door de Franse troepen ( 1488) en de Gentse Militie (1492) lelijk huisgehouden.
Na al dat geweld brak er een pestepidemie uit. In 1566 woedde de beeldenstorm en daarna werd de stad bezet door een Spaans garnizoen. In 1579 sloot Deinze aan bij de Unie van Utrecht, maar na een korte adempauze brak het geweld opnieuw los. In 1580 was Deinze totaal vernield en ontvolkt, ook in de 17e en 18e eeuw. Vooral de Franse troepen waren de oorzaak van de oorlogsellende.
Ook onder beide wereldoorlogen had de stad veel te lijden. Al deze gewelddaden hebben echter niet kunnen beletten dat Deinze grote bloeiperioden kende. In de 12e eeuw was er de lakennijverheid en in de 16e eeuw kwam er de linnen- en tapijtindustrie. Ook de lederbewerking was belangrijk. Niet alleen de industrie maar ook het culturele leven was voornaam. Reeds in de 15e eeuw waren er schuttersverenigingen en toneelgroepen; in de 16e eeuw de Rederijkerskamer "Nazarenen", die in de 17e eeuw en de 18e eeuw verder evolueerden. Er waren talrijke toneelgezelschappen.
Het kerkelijk leven van Deinze werd voor 1570 gedirigeerd door het Bisdom Doornik en daarna door het Bisdom Gent.
In de 13e eeuw bestond er een Begijnhof ter ere van de H. Margaretha. Nadat het verwoest was richtte men in 1423 op dezelfde plaats het St.-Margrietenklooster op. Tijdens de godsdienstoorlogen van 1580 moesten de kloosterlingen echter vluchten naar Akkergem-Gent. Er was ook een gasthuis dat toegewijd was aan St.Blasius en bediend werd door de Zusters Augustinessen, maar ook dit werd tijdens de beeldenstorm verwoest. Het Blasiushospitaal was wijd en zijd bekend. Nadien werd het heropgebouwd maar tijdens de Franse revolutie werden de Zusters verdreven.
In 1816 vestigden zich Zusters Maricolen in de verlaten gebouwen en verschaften er onderwijs. De Heilige Poppo, de vermaarde Abt van Stavelot, werd te Deinze geboren. Hij schonk later aan zijn geboortestad Relieken, die hij van zijn bedevaarttochten van het Heilig land meebracht.
De vroeggotische Parochiekerk van 0.-L.-Vrouw werd gebouwd in de 13e eeuw. Op het einde van de 18e eeuw werd ze ingericht met waardevol meubilair.

In 1469 voegde Karel de Stoute het bedrijvigste deel van de gemeente Petegem bij Deinze (wijk Knok tot en met de SintMartinuskerk), wat het begin was van een eeuwenlange vete tussen Deinzenaars en Petegemnaars (nu nog). Het industriâle leven herstelde zich naar de normen van toen. Textiel, landbouw, brouwerijen, stokerijen, leefden. En dan kwam de Franse Tijd die het oude bestel overhoop wierp. Honderden mensen uit de streek werden opgeroepen in militaire dienst. Jeneverstokerijen werkten dag en nacht. Textiel kende een groot afzetgebied. Deinze floreerde weer, maar leed ook onder zware belastingsdruk.
In 1792 brandde de stadshalle, die midden op de Markt stond, totaal af. Ze werd niet meer herbouwd. Pas in 1842 zou een nieuw stadhuis in gebruik genomen worden. En dan kwamen de hongerjaren van 1845-47 de bevolking teisteren. Om die armoe te verhelpen kwam een Lyonees (Ricard) de zijde- industrie te Deinze vestigen. Deinze haalde er meer dan 100 jaar relatieve welvaart mee als centrum van zijdenijverheid, bretellennijverheid. Op het einde van die eeuw ontstond de nijverheidstak van kinderwagens en aanverwante produkten, die van Deinze een "Vlaams Nuerenberg" maakten.

In W.0. I en II deelde Deinze zwaar in het oorlogsgebeuren. Na die oorlogen kwamen de veevoederfabrieken op.Zijde- en bretellenproduktie en -verwerking, kinderspeelgoed en veevoeders zijn hier nog aan de orde. Van de 39 stokerijen uit de Franse tijd is er onrechtstreeks slechts één overgebleven.
In 1971 werden Astene, Petegem en Zeveren bij Deinze gevoegd. In 1977 kwamen Vinkt, Gottem, Grammene, Wontergem, Meigem, Sint-Martens Leerne en Bachte-Maria-Leerne er nog bij, gemeenten die sedert eeuwen het lot van Deinze mee ondergingen. Na het bewogen verleden is Deinze uitgegroeid tot een verstedelijkt centrum dat nog steeds aan belangrijkheid wint.
Enkele cijfers
- Grondgebied:
De oppervlakte van de stad Deinze bedraagt 7.553 ha.
Er zijn 265.229 km gemeentewegen, 2.800 km provinciewegen en 38.190 km rijkswegen.
- Geofrafische ligging:
Deinze is gelegen in Oost-Vlaanderen, In de Provincie Oost-Vlaanderen zijn er 65 gemeenten.
Deinze is de 11de grootste.
De grensgemeenten zijn:
Gent, Nazareth, Sint-Martens-Latem, Kruishoutem, Nevele, Dentergem, Tielt, Zulte en Aalter.
Deinze is kantonhoofdplaats en heeft zijn eigen vredegerecht.
Deinze wordt beschouwd als de hoofdplaats van de Leiestreek.
- Afstanden tot naburige grote steden:
| Amsterdam : | 241 km | Antwerpen : | 74 km |
| Bonn : | 306 km | Brussel : | 67 km |
| Gent : | 19 km | Keulen : | 284 km |
| Kortrijk : | 30 km | Londen : | 267 km |
| Luik : | 186 km | Luxemburg : | 270 km |
| Oostende : | 54 km | Parijs : | 288 km |
| Rijsel : | 60 km | Rotterdam : | 170 km |
- Inwoners
Op 01.01.96 telde Deinze 26.857 inwoners, waarvan 13.206 mannen en 13.651 vrouwen.
Van de 26.857 inwoners zijn er 372 vreemdelingen van 44 verschillende nationaliteiten.
Aantal inwoners per deelgemeente (toestand op 01/01/2000):
| deelgemeenten | mannen | vrouwen | totaal |
| Petegem | 4281 | 4304 | 8585 |
| Deinze | 3004 | 3416 | 6420 |
| Astene | 2341 | 2362 | 4703 |
| Bachte Maria Leerne | 833 | 818 | 1651 |
| Vinkt | 624 | 642 | 1266 |
| Sint Martens Leerne | 606 | 606 | 1202 |
| Wontergem | 482 | 478 | 960 |
| Grammene | 335 | 339 | 674 |
| Meigem | 360 | 358 | 718 |
| Zeveren | 390 | 406 | 796 |
| Gottem | 287 | 285 | 572 |
| Totale bevolking | 13543 | 14014 | 27557 |
- Markten:
Er zijn 2 markten in groot Deinze:
DEINZE:
Iedere woensdagvoormiddag op de Grote Markt met 118 kramers, van 08:00 tot 13:00 u.
Omstreeks 9 uur komen de Nationale Prijzencommissie voor Levend Pluimvee en deze voor het Belgisch Levend konijn bijeen in het Stadhuis. Zij bepalen de richtprijzen voor de Europese Gemeenschap.
PETEGEM:
Iedere zaterdagvoormiddag in de Kastanjelaan met 19 kramers, van 08:00 tot 13:00 u.
Bron: Verslag over beheer van de Stad Deinze 1995
Update bevolkingscijfers: Mei 2000