Advertentie
Deinze
Deinze

Specialiteiten van Deinze

  • Het Canteclaerke:
      Het Canteclaerke kwam op de markt in 1996. Het idee is niet zo nieuw. Ze ontstond in 1987, toen Odette Van Belleghem, toenmalig zaakvoerster van een bekende Deinse drankenhandel, een drankje wilde op de markt brengen naar aanleiding van de Canteclaerstoet. Ze liet zich hiervoor inspireren door het aloude Canteclaerthema "kip en ei", en vertrokdus vanuit de basisdrank advokaat.
      Het succes was groot, voornamelijk voor wat betreft de smaak. De kleur daarentegen bleek tegen te vallen, en dus werd het recept van het brouwsel voorlopig in de ijskast gestopt, althans figuurlijk.
      Drie jaar geleden haalde Franky Taveirne, zaakvoerder van dezelfde zaak, tegenwoordig onder de naam "Drankenhandel Taveirne", de hele handel weer van onder het stof. Er gebeurdenwat bijschavingen, en het productwerd officieel van een passende naam voorzien:
      "het Canteclaerke".

      Het is een perfecte after-diner likeur op basis van advokaat en een mengeling van koffie-extracten en koffie-likeuren. Het is licht alcoholrijk (12 vol%), heeft een bruine kleur en geurt heerlijk naar koffie. Het kan zowel ijskoud als op kamertemperatuur worden gedronken. Het wordt geserveerd in een klein borrelglas, met een lepeltje erbij om tot de laatste restjes te kunnen genieten. Het is geschikt om te gebruiken bij ijs en taarten.
  • De Canteclaertruffel:
      Bart Van Cauwenberghe uit Astene is een artiest in zijn vak. Je kan het zo gek niet bedenken of de Astense Chocolatier maakte het. Onlangs schiep hij de Canteclaertruffel. Op basis van Canteclaerken met witte chocolade en gebrande amandelen. Truffels zijn in feite winterproducten. De vraag naar de Canteclaertruffel is ondanks de zomer erg groot. Elke week moet Bart Van Cauwenberghe verse truffels in gebrande amandelen wentelen. De verkoop loopt als een trein. Onlangs was hij, als lid van de Deinse delegatie, te gast in het BRTN-programma golfbreker van Martin De Jonghe. Hij presenteerde er de Canteclaertruffel. Toen hij thuiskwam was zijn voorraad uitgeput. "Toen het Kasteel van Ooidonk vorig jaar haar 400ste verjaardag vierde dacht ik aan het maken van een kasteeltruffel", legt Bart uit. "Die bleek al te bestaan. Ik heb toen een paar koffieschilderijen gemaakt met het kasteel als thema. Na contacten met Jan Filliers van de jeneverstokerij en Franky Taveirne van het Canteclaerken bracht ik de Canteclaertruffel op de markt. Die blijkt in de smaak te vallen."
  • Canteclaergebak:
      Ter gelegenheid van de driejaarlijkse "Stoet van Canteclaer" creeerde de Deinse Bakkersbond in 1984 een "nieuwe" taart. Het gaat eigenlijk om een herontdekt recept uit de tweede helft van de vorige eeuw. Toen sprak men van "Deinse Taarten" (Tartes de Deynze). Aan het Deinse station werd de zoetigheid anno 1850 verkocht door ene Mevrouw De Gryse. Merkwaardig is dat het gebak zelfs naar het buitenland (onder meer Rusland) uitgevoerd werd. Daar stond het Deinse "Huis Callebaut" voor in. Vereenvoudigd uitgedrukt bestaat de taart uit biscuitvanille, biscuit en sinaasappel. De afwerking gebeurt met chocolade (voor de beeltenis van de haan "Canteclaer"), geschaafde amandelen en marsepein.
  • Graanjenever:
      Alle bewerkingen gebeuren nog steeds volgens een meer dan 100 jaar oude methode, van vader op zoon doorgegeven. Men gebruikt alleen ruwe granen als grondstof, hoofdzakelijk rogge. Na koken en versuikeren door mout ( = kunstmatig ontkiemde en weer gedroogde gerst ) wordt alles zolang vergist tot de uit het graan gevormde suiker in alcohol is omgezet. Door ambachtelijk afdistilleren en zuiveren in lambiek ( = distilleerkolf ) bekomt men typische en smaakvolle graanalcohol. Enkele jaren verouderen op eiken vat in het rijpingsmagazijn geven bijvoorbeeld aan de jenever 38° (Extra) en 50° (Reserve) de onmiskenbare zachte roggesmaak, de warme kleur en het verfijnd boeket.
  • Batjeskoek:
      Dit gebakje, een soort appelflap, is het resultaat van een initiatief genomen door de "Gebuurtedekenij Guido Gezellelaan" naar aanleiding van hun jaarlijkse Batjesmarkt. Vandaar ook de benaming. Een bepaalde banketbakker werd in 1978 aangesproken om een recept te bedenken en uit te voeren. Aanvankelijk werd de Batjeskoek uitsluitend door de "ontwerper" verkocht. Na verloop van tijd werd het recept via het Stadsbestuur aan de plaatselijke "Bakkersbond" doorgespeeld, zodat de koek bij enkele Deinse banketbakker verkrijgbaar is. Teneinde de toeristische promotie ervan te bevorderen, suggereerde de V.V.V.-Leiestreek om deze lekkernij "Deinse Batjeskoek" te noemen; een voorstel waaraan graag gevolg werd gegeven.
      Vereenvoudigde samenstelling : bladerdeeg met vulling ( appelmoes, kaneel, bruine suiker en rozijnen ).