Copycenter Carpa
Sint-Martens-Latem
Sint-Martens-Latem

Bezienswaardigheden

De kouter tussen Afsnee en Sint-Martens-Latem is een schoolvoorbeeld van een Leiekouter: akkerland op een hoge rug, niet afgezoomd met bomen, uitgestrekte percelen die dan met een vrij korte helling neerglijden naar de alluviale weilanden en de rivier. Om dat allemaal te zien, moeten we wel net voor de grens met Latem de weg even rechtsaf volgen, want villa-bouw onttrekt ook hier een groot gedeelte van het landschap aan het gezicht. Links van de weg loopt eveneens een kouterrug, een ideale ligging voor de onlangs gerestaureerde windmolen.

Oude Brouwerij

Midden in het dorp ligt de "Oude Brouwerij", die vandaag onderdak biedt aan het documentatiecentrum van de Heemkring Scheldeveld. Hier worden onder meer de vondsten van archeologische opgravingen bewaard.


Sint-Martinuskerk van Sint-Martens-Latem

Al laten de Romaanse bouwstijl en het gebruik van breuksteen veeleer de 11de eeuw vermoeden, toch wordt het Latems kerkje pas vanaf 1121 vermeld. In dat jaar plaatst de bisschop van Doornik de parochie onder het patronaat van de Gentse Sint-Baafsabdij.

Dat de kerk vlakbij de Leie wordt gebouwd, heeft misschien daarmee te maken dat men op die manier het materiaal uit Doornik, via Schelde en Leie, gemakkelijk kan aanvoeren. Hoe het Romaans kerkje er ooit uitzag, is moeilijk te achterhalen, want het wordt herhaaldelijk verbouwd. De beeldenstorm van de 16de eeuw slaat ook hier toe, grondige restauraties moeten wel volgen. Aan het einde van de 18de eeuw krijgt de kerk achteraan een verlenging en vervangt men de achthoekige Romaanse toren door een vierkante kruisingstoren. In 1898-l899, de periode van de eerste kolonie kunstenaars, worden de twee zijbeuken afgebroken en vervangen doer bredere beuken met elk een eigen zadeldak.

Twee Latemse kunstenaars dragen bij tot de versiering van de kerk: Gustave van de Woestijne schildert in 1900 De Maagd Maria met de heilige Dominicus. Het doek hangt boven het linker zijaltaar, boven het rechter hangt De heilige Martinus, in 1966 geschilderd door Maurice Schelck.

Het oude kerkhof rond de kerk verdient zeker een bezoek. In een hoek, onder een treurwilg ligt Georges Minne begraven. Het graf is versierd met een stijlvol bronzen beeldhouwwerk van Minne zelf. In een andere hoek draagt een grafzerk een uiterst gestileerd beeld van Leon Sarteel. Aan de straatzijde van het kerkhof ligt het graf van Binus van den Abeele, de man rond wie het in het begin allemaal draaide in het Latems kunstgebeuren.

Op het nieuwe kerkhof, ook dicht bij de dorpskern gelegen - op weg naar de koutermolen - is een aparte plaats ingeruimd voor zoveel kunstenaars die in Latem zijn overleden: Hubert Malfait, Richard Minne, Maurice Schelck, Vic Dooms...


Tempelhoeve

Achter de kerk ligt op een zandige bocht langs de Leie het "Tempelhof". De hoeve - op heel wat schilderijen te herkennen, onder meer bij Xavier de Cock - is een van de oudste landbouwbedrijven van het dorp. Ze bestond zeker al in de 12de eeuw en diende onder andere als verblijfplaats van de tempeliers.

De hoeve op een domein dat destijds behoorde tot de Sint-Baafsabdij, komt later in het bezit van de burggraven van Kortrijk. In 1565 wordt ze kapittelgoed, eigendom dus van het bisdom Gent.

Tijdens de Franse Revolutie wordt ze in beslag genomen en verkocht. Het is dan al geen echte hoeve meer, al in de 17de eeuw was ze tot woonhuis omgebouwd. Er volgen later nog restauraties en verbouwingen, voor het laatst in 1944, toen onder de leiding van de Gentse art-deco architect Valentin Vaerwyck.

Wie rustig door de oude dorpskern wandelt, bijvoorbeeld in de buurt van het Oud Gemeentehuis, kan hier en daar bordjes lezen die vermelden waar Valerius de Saedeleer woonde of waar Maurice Sijs verbleef, of de gebroeders Van de Woestijne, en waar het huis staat van Binus van den Abeele. Sommigen hebben in Sint-Martens-Latem een huis gebouwd. Minne bijvoorbeeld had langs de Xavier de Cocklaan een plechtstatig herenhuis. Een paar van die kunstenaars-woningen zijn heel merkwaardig.


Torenhof
In de Baarle-Frankrijkstraat nummer 10 bouwde Albert Servaes zijn "Torenhof". Hier vond hij een onderkomen voor zijn schildersatelier en voor zijn groot gezin. Van hieruit en zeker vanuit zijn toren moet hij een prachtig uitzicht gehad hebben over de kouter van Brakel, de lagere weiden en de rivier.

Zijn winterse sneeuwlandschappen, zijn pikkende boeren in de oogsttijd, we zien ze bij dit landschap zo voor ogen. Het huis, nu omgebouwd tot hotel, heeft Servaes grotendeels eigenhandig opgetrokken tussen 1915 en 1917. Dat de stijl verwijst naar de Romaanse kloosterbouw, herinnert er ons aan dat de kunstenaar vaak religieuze of mystieke bevliegingen had - wat ook uit zijn werk af te lezen valt.

Al even merkwaardig en even eigenzinnig is het gebouw-met-aanhangen dat Edgar Gevaert liet neerzetten langs de Kapitteldreef. Ook hier vertonen de woonst en het ruime atelier een soort Vlaamse renaissancestijl; het uitgestrekt terrein eromheen moest dienen om er wat dieren te kunnen houden en om ecologisch verantwoord te tuinieren. De term ecologie zal Gevaert wel niet gekend hebben, de idee wel.

Sint-Martens-Latem beschikt niet over historische kastelen, zoals men die in de naburige dorpen soms in overvloed kan aantreffen - maar het vormt wel een begrip in de artistieke wereld. Het heeft ook zijn talloze residentiële villa's in een eindeloze veelheid aan bouwstijlen, al dan niet weggedoken achter groen, al dan niet met zicht op de Leie. En de toeristen komen het dorp al wandelend overspoelen zodra het weer het enigszins toelaat. Misschien willen zij zich eens lekker "arm" voelen tussen zoveel geëtaleerde welvaart. Of is het dan toch de kunst die de mens fascineert, of tenminste het imago ervan?


Museum Gevaert-Minne

Kunstgalerijen en verkoopgalerijtjes in Sint-Martens-Latem en in Deurle - we kunnen er niet naast kijken, en ze zijn nog rijk gestoffeerd ook, vooral met Latemse meesters. Sinds mei 1994 heeft de gemeente haar eigen museum: de vroegere woonst van de familie Gevaert-Minne (Kapitteldreef nr. 45), dicht bij een ander merkwaardig gebouw, de Kluis (Kapitteldreef nr. 4), gewezen buitenverblijf van de paters dominicanen.

Dat Latem een eigen gemeentemuseum moest hebben, heeft een lange voorgeschiedenis. Al in 1926 wordt aan de kar geduwd door Georges Chabot, Jules de Praetere, Hugo van den Abeele... Karel van de Woestijne betuigt zijn enthousiasme over dit initiatief langs een artikel in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Het blijft evenwel bij een vrome wens, want er rijzen vooral financiële problemen. Na de Tweede Wereldoorlog wordt weerom luidop aan een museum gedacht. Intussen krijgt buurtgemeente Deurle haar Museum Gust de Smet. haar Museum Léon de Smet, haar Museum Dhondt-Dhaenens...

Vanaf 1960 gaat Latem ook iets ondernemen. De zolder van het gemeentehuis wordt ingericht als "artiestenzolder". De gemeente zal geregeld kunstwerken kopen en op de zolder zal de Latemse Kunstkring jaarlijks een thematentoonstelling organiseren, gewijd aan "Latemse" kunstenaars. Eén ding wordt vlug duidelijk: voor de groeiende eigen collectie blijkt de ruimte te klein, en bovendien is ze totaal onveilig.

Na het overlijden van Edgar Gevaert hebben zijn weduwe en de kinderen het atelier ingericht als permanente tentoonstellingsruimte voor Gevaerts werk, een privémuseum dus. Dit gebouw en het schitterend domein van twee en een halve hectare kon de gemeente aankopen, samen met Gevaerts schilderijen. Die vormen de kern van een collectie, uitgebreid met werk van De Saedeleer, Minne en vooral de geschilderde kruisweg van Albert Servaes uit 1920-1992 - een langdurige bruikleen van het Utrechts Museum. Die kruisweg was minder controversieel dan de in houtskool getekende versie (1919), die in 1921 door het Vaticaan werd gecensureerd. Omdat de kerkelijke overheid er blijkbaar toch niet helemaal gerust in was, kwam kardinaal Mercier persoonlijk nog een kijkje nemen in het atelier van Servaes: nihil obstat, geen kerkelijk bezwaar.