Advertentie: Craeymeersch
Sint-Martens-Leerne
Deinze

Bezienswaardigheden

Hof ter Laecke - Hof ter Leie

Vanaf de rotonde ter hoogte van de kerk van Sint-Martens-Leerne begint de weg naar de Leiebrug en het nabijgelegen Deurle, de enige fusiegemeente van het grotere Sint-Martens-Latem. Op een kleine Leiemotte ligt het domein "Hof ter Laecke". Dit oorspronkelijk verblijf hing af van - bijna vanzelfsprekend - de heren van Nevele.
Nu heet het "Hof ter Leie": weer neoclassicistisch en weer van de hand van Leo Minard. We hebben hier een prachtig uitzicht over de weiden en het domein van Ooidonk.


Leiebrug

Hof ter Leie


Rallye Saint-Christophe

Even verderop, aan de linkerzijde van de weg, stond ooit de "Rallye Saint-Christophe": een hotel-restaurant uit 1926 in landelijke cottagestijl. Ondanks plaatselijk verzet en hoewel de burgemeester zelfs een stakingsactie ondernam, werd het gebouw gesloopt om plaats te maken voor een appartementenmastodont. De architectuur van de nieuwbouw kan misschien verdedigbaar zijn, de inplanting in dit idyllisch landschap is een spottende uitdaging...

Toch zijn er schitterende creaties - en dat heeft Deurle overvloedig bewezen. Wat heeft hier allemaal rondgehangen aan kunstenaars, hoe hebben ze zich hier laten betoveren door de wisselende kleuren van het water, hoe zijn ze zich in deze omgeving één gaan voelen met de natuur en de eenvoudige boeren van dit kleine dorpje...? Naarmate steeds meer rijke Gentse burgers naar Deurle afzakten, konden ook de architecten hun creatief talent bovenhalen.

Villa Leiezicht

Op de hoek van de Pontstraat en de Ph. de Denterghemlaan staan twee merkwaardige gebouwen. Met de voorgevel naar de Pontstraat: de villa "Leiezicht" uit 1912 (een geslaagd art nouveaugebouw van de Gentse architect Geo Hendrick), woning van de gewezen socialistische minister Edward Anseele.

Villa Wereldtentoonstelling

Aan de overkant van villa Leiezicht, eveneens in art-nouveau stijl, staat een kleinere lage villa. Architect O. vande Voorde had ze speciaal ontworpen voor de Wereldtentoonstelling van 1913 in Gent. Interieur en meubilering vormden één geheel met het gebouw, dat na de tentoonstelling hier als buitenverblijf werd gereconstrueerd.


Vooraan in de Ph. de Denterghemlaan wijst een bord naar de musea van Deurle.

Museum Gust De Smet


museum Gust de Smet
Op nummer 1 van de Museumlaan ligt het museum Gust de Smet. Hier heeft de schilder gewoond en gewerkt van 1935 tot aan zijn dood in 1943. De catalogus vermeldt honderd werken van de kunstenaar; uiteraard is enkel een selectie tentoongesteld, samen met het originele meubilair.


De vroegste werken van de collectie komen uit De Smets Nederlandse periode, tijdens de Eerste Wereldoorlog, op een ogenblik dat hij het impressionisme de rug had toegekeerd. Ze zijn de uiting van een in zichzelf gekeerd man, die een in vorm en kleur verstild, ietwat intimistisch expressionisme brengt.

In zijn bijdrage Historiek van een museumwoning brengt gewezen gemeentesecretaris Urbain van den Heede het merkwaardig verhaal van een legaat. Gust de Smet neemt zich voor dat, na zijn dood en die van zijn vrouw, de woning als museum zou worden ingericht (hun enige kind verongelukte in 1918). Bij de Belgische staat vangt hij bot, de provincie Oost-Vlaanderen toont al evenmin belangstelling, dan maar hopen dat Deurle de taak op zich wil nemen. Gust sterft in 1943, Gusta in 1948. Een aantal schilderijen wordt aan de musea van Antwerpen, Brussel en Luik gelegateerd. Gent krijgt niets, want daar is hij zijn hele leven genegeerd.

Huis en inboedel van Gust de Smet worden bij testament aan de gemeente overgemaakt. Notaris Albert van Huffel uit Nazareth schat het gebouw op 150.000 frank, de inboedel - inclusief schilderijen, tekeningen en gouaches, in totaal honderd stuks - zou 213.000 frank waard moeten zijn. De gemeenteraad van Deurle aarzelt: het huis is goedkoop gebouwd - wat voor onderhoudskosten zal dat meebrengen? Bovendien stipuleert het testament dat het museum voor het publiek toegankelijk moet zijn, dus: bijkomende personeelskosten. En die schilderijen... wie heeft daar nu belangstelling voor?

Niemand kan op dat moment ook maar vermoeden wat voor astronomische bedragen er dertig jaar later voor die werken geboden zouden worden. De hele onderneming vergt uiteindelijk heel wat overredingskracht van secretaris Van den Heede, die hierbij gelukkig steun krijgt van zijn Latemse collega Hugo van den Abeele, zoon van Binus.

Museum Dhondt-Dhaenens

In de Museumlaan ligt, wat verderop dan het Museum Gust de Smet, het hagelwitte Museum Dhondt-Dhaenens. Deze "stichting van openbaar nut" is duidelijk tweeledig. Het rechtergedeelte van het gebouw bevat de eigenlijke collectie van Jules Dhondt. De linkerzijde en het centrale gedeelte zijn voorbehouden voor hedendaagse kunstenaars. Zo heeft Jules Dhondt het gewild.


Dit verhaal luidt helemaal anders dan dat van Gust de Smet. Jules Dhondt, een succesrijk Gents zakenman, komt zich in 1938 in de Pontstraat in Deurle vestigen. Hij is ook een gepassioneerd kunstverzamelaar. Zijn Vlaamse overtuiging stimuleert hem om vooral kunst uit eigen streek te kopen, al vinden ook Constantin Meunier, Eugène Laermans, James Ensor, Guillaume Vogels en Jacob Smits een plaats in zijn collectie. Maar het is toch in de eerste plaats kunst van Latemse meesters die zijn voorkeur geniet: hij koopt Minne, Servaes, Gust en Léon de Smet, Van de Woestijne, Van den Berghe, Montigny. Anderzijds neemt hij ook Henri Wolvens en Jan Burssens in zijn collectie op. Vooral de schilder Jozef Mees verschaft hem advies bij zijn aankopen.

Geleidelijk aan groeit bij het kinderloos geworden gezin - net als bij Gust de Smet is de enige zoon jong gestorven - de wens om de grote collectie in een museum onder te brengen, maar er moet ook naar de toekomst worden gekeken. Er zou een stichting komen die zich tot doel stelt "actief bij te dragen tot de ontwikkeling van het bewustzijn van de Vlamingen als volksgemeenschap en het verheffen van het peil van hun cultuur". Er worden statuten opgesteld, er komt een beheerraad met Jules Dhondt als voorzitter. Onder de leden vinden we de naam van Dr. Adriaan Martens.

Architect Erik van Biervliet mag het gebouw (museum) ontwerpen, dat in 1968 feestelijk wordt geopend. Jules Dhondt, die erop staat dat ook de naam van zijn vrouw aan het museum wordt verbonden, overlijdt een klein jaar later. Zijn collectie heeft een onderkomen en voor zijn ideaal kan verder worden gestreden...

Museum Leon De Smet

Vlakbij en in een aanverwante witte sobere stijl van het Museum Dhondt-Dhaenens ligt het Museum Léon de Smet: eigenlijk geen museum, maar een van de talrijke galerijen die Deurle en Latem rijk zijn. Een aparte vleugel van het gebouw is voorbehouden aan werken van en documentatie over deze flamboyante en zeer getalenteerde schilder.


Deurle is met zijn bossen en zanderige weggetjes een paradijs voor wandelaars. Achter de kerk loopt een pad naar de Molenberg. Bovenop deze heuvel, waar nu een rijkelijke villa prijkt, had Cyriel Buysse zijn paalwoning. Dit was voor hem een soort buitenverblijf: hier kwam hij schrijven, hier had hij een uniek uitzicht over de Leie en het domein van Ooidonk. Een bronzen plaat werd langs het pad als herinnering aangebracht.

Rechtover de kerk voert een ander pad naar de Pontstraat aan de Leie. Hier woonden destijds Jules Dhondt, de schilder Albert Claeys, Léon de Smet en de volkse verteller en dramaturg Gaston Martens. Het was blijkbaar een straat voor paradijsvogels.

Sint-Aldegondiskerk

De Sint-Aldegondiskerk staat middenin het oude Dorla, op een plaats waar de Romeinen zich al gevestigd hadden, bovenop een motte langs de rechteroever van de rivier. Bisschop Lambertus van Doornik droeg in 1127 het patronaat van de parochie over aan de Sint-Baafsabdij. Van het oorspronkelijk eenbeukig kruiskerkje valt niet veel meer te herkennen: de neogotische verbouwingen van vorige eeuw, alweer door Leo Minard, en de vernieuwingen vlak voor de Eerste Wereldoorlog zijn daarvoor verantwoordelijk. Het amalgaam van stijlen bleek dan toch een restauratie waard, wat heel recent is gebeurd.


Het zal niemand verwonderen dat het kerkhof rondom de kerk ligt - dat was vroeger gebruikelijk. Wel kan men zich verbazen over de hoeveelheid graven van bekende kunstenaars. Gust de Smet ligt hier, met op het graf een ontroerende sculptuur van zijn vriend Permeke. We vinden er de graven van Albert Claeys, Oscar Coddron, Jenny Montigny, Gaston Martens, Xavier de Cock. Broer Cesar de Cock ligt op het Campo Santo van Sint-Amandsberg.


d'Ouwe Hoeve

Pastorie


Kasteel van Deurle

Achter de kerk, richting Latem, begint het Leie-haloceen duinengebied met heuvels tot twintig meter hoog. De onvruchtbare grond was niet geschikt voor bewoning, maar werd sinds eind vorige eeuw ingepalmd voor residentiële villabouw en een golfterrein. Aan de rand van het duinengebied ligt het Kasteel van Deurle: een classicistisch gebouw uit 1766 dat er in de 19de eeuw een verdieping en een zijtoren bijkreeg. De huidige eigenaar wil het in zijn oorspronkelijke toestand herstellen. Het park van het kasteel is verkaveld, de mooie Rode Beukendreef blijft wel voor alle wandelaars toegankelijk.

De Pontstraat, in feite de as Nevele-Nazareth, leidt naar de grote steenweg Gent-Kortrijk. Dat die weg hier Xavier de Cocklaan heet, ligt voor de hand: dicht bij de rotonde staat een neoclassicistisch gebouw, de vroegere woning-met-atelier van de schilder. Het werd later het gemeentehuis van Deurle en, sinds de fusie, cultureel centrum. Dat De Cock zich zo'n statig herenhuis kon veroorloven, wijst op de erkenning die hij algemeen genoot. Een groot deel van de kosten zou betaald zijn door de verkoop aan het Gentse Museum voor Schone Kunsten van het grote werk De Meersstraat.